Middeleeuwse wortels

Haren, de groene parel van het Noorden. Een geliefde uitspraak van een geliefde burgemeester. Ten tijde van Harens eerste burger Klaas Weide, die de gemeente van 1981 tot in 1996 aanvoert, krijgt deze eretitel veel nadruk. Niet ten onrechte. De gemeente Haren grossiert in boomrijke lanen, vrijstaande woningen, ruime particuliere tuinen en heel veel openbaar groen.

Burgemeester Weide is overigens niet de eerste die in zijn functie de aangename omgeving bejubelt. Een voorganger van hem, Dirk Boerema (1910-1935), weet al zeker dat de lommerrijke gemeente de Tuinstad van het Noorden moet worden. En wanneer Boerema plotseling overlijdt, pakt diens opvolger Hubert Nauta, de draad naadloos op. Van hem is de uitspraak ‘Waarom zoudt gij wachten met buiten wonen, tot gij binnen zijt?. Vestigt U te Haren, waar ge buiten woont en zoo ge wilt werkt en leeft in het zoo nabije  Groningen.’ De vooroorlogse wens tot de aanleg van een Tuinstad is mede door WO II nimmer geheel verwezenlijkt, ook al zijn er aantrekkelijke aanzetten toe gegeven. En eigenlijk is het ook nog wel zo goed geweest: De Harense schaal is zo behouden gebleven, met naar het westen plezierige doorkijkjes naar het dal van de Drentsche Aa en naar het oosten toe vergelijkbare vergezichten naar het Hunzedal. En een belangrijk deel van de Rijksstraatweg, de doorgaande weg door de hele gemeente, is tot beschermd dorpsgezicht verklaard.

Drentse brinkdorpen

Haren en haar buitendorpen Glimmen, Onnen en Noordlaren liggen dan wel in de provincie Groningen, maar in feite zijn het Drentse brinkdorpen op de Hondsrug. Die Hondsrug is bepalend geweest voor de ligging van de Harense dorpen. Over het hoogste gedeelte ervan heeft de mens zich een weg gebaand naar het noorden en naar het zuiden. Legers die optrokken naar Groningen volgden deze Heirweg. In Groningen heet het nog steeds Herestraat en Hereweg. In Haren blijft de naam Hereweg tot aan 1824 bestaan om vanaf dan Rijksstraatweg te heten. Alleen de onverharde voortzetting dwars door de Appèlbergen heeft de oorspronkelijke naam weten vast te houden, Hoge Hereweg.

Hunebedden, klok- en trechterbekers

Het gebied dat nu Haren heet, is in elk geval al zo'n 5.000 jaar bewoond. De Groninger archeoloog Van Giffen vond in de jaren 1920 in Harenermolen een grafheuvel en in Onnen een bekergraf. Er zijn ook later archeologische bodemvondsten gedaan die wijzen op die vroege bewoning. Naast het nu nog bestaande hunebed in Noordlaren hebben ook elders in de gemeente enkele hunebedden gestaan en werden onder meer stand-, klok- en trechterbekers en pijlpunten gevonden. Andere vondsten van munten en potscherven wijzen op bewoning in de Romeinse, Merovingische en Karolingische tijd.

850 jaar Haren

Wanneer is aangetoond dat dit grondgebied al zo’n vijf millennia is bewoond, komt de viering van ‘850 jaar Haren’ gedurende het hele jaar 2010 in eerste instantie wat vreemd over. Toch is ook dat feit te verklaren. In 1160 wordt in het Grondboek van het klooster Werden – dat nu in het Duitse Ruhrgebied ligt – de naam van Noordlaren bijgeschreven. De eerste keer dat een deel van wat nu Haren is met naam en toenaam wordt genoemd. Overtuigender bewijs is niet denkbaar. Hoewel … kort na dat Harense ‘jubeljaar’ treft een historicus in weer een ander – 100 jaar ouder - geschrift de naam van Haren aan.

In Noordlaren hebben in elk geval in de late middeleeuwen bezittingen van dat klooster in Werden gelegen. Het feit dat er destijds in Noordlaren bezittingen van het klooster Werden en ook van de bisschop van Utrecht liggen, levert de Noordlaarders heel wat op. Er komt door toedoen van het klooster een stenen kerk, de huidige Bartholomeuskerk. En wat zeker zo belangrijk is: Noordlaren komt in de twaalfde eeuw aan maar liefst twee ‘snelwegen’ tussen Coevorden en Groningen te liggen. De ene verbindt de bisschoppelijke bezittingen met elkaar, de andere de bezittingen van het klooster. Noordlaren heeft er in die tijd zijn veemarkt en dus zijn welvaart aan te danken. Het dorp Haren heeft zijn eigen middeleeuwse kerk, die tegen het einde van de twaalfde eeuw is gebouwd. Tot aan de Reductie in 1594 is die kerk natuurlijk een katholiek Godsgebouw, gewijd aan de Heilige Nicolaas.

Klooster Yesse

Er heeft nog eeuwenlang een andere religieus gebouw in het Harense gestaan. In 1215 wordt aan de noordkant van Haren, in het buurtschap Essen, een Cisterciënzer vrouwenklooster Yesse gesticht. Het moet een aanzienlijk klooster zijn geweest, waar vooral dochters van gegoede families uit de stad Groningen intreden. Bij hun intrede krijgen deze vrouwen van hun familie een ‘bruidsschat’ mee. Het gaat daarbij veelal om landerijen en goederen. Mede dankzij de oogstopbrengsten kan het klooster zichzelf goed bedruipen. Om de akkers te bewerken en turf te winnen, worden lekenbroeders aangetrokken. In de bloeitijd van de kloosters – in Groningen, Friesland en Ostfriesland staan er maar liefst zo’n 130 van de verschillende orden – mag Yesse zich qua grondbezit tot de drie grootsten rekenen. Net als verreweg de meeste andere kloosters in Noord-Nederland, wordt ook Yesse na de Reductie verlaten en afgebroken. Kloostermoppen leveren in die tijd veel geld op.

De plek van het kloostercomplex is precies bekend. De oorspronkelijke kloostergracht is in het landschap nog goed te zien. Opgravingen en bodemonderzoek in 2010 hebben ook de ligging van de verschillende gebouwen, waaronder de kloosterkerk, al gedeeltelijk in kaart gebracht. Een aantal interessante bodemvondsten zijn bijeengebracht in het bezoekerscentrum dat door de bewoonster van het huis op de plek van het klooster is ingericht. De verschillende wonderen die in de dertiende eeuw in het klooster moeten hebben plaatsgevonden, zullen in die eeuwen talrijke pelgrims hebben getrokken.

De Hondsrug UNESCO Global Geopark

Het feit dat Haren op de Hondsrug ligt, is voor de gemeente reden geweest om zich aan te sluiten bij het Geopark de Hondsrug. Dat is de eerste regio in Nederland die de officiële status van Geopark heeft gekregen. In Europa bestaan inmiddels, mede dankzij Unesco, zo’n zestig Geoparken, alle met hun eigen unieke geologische geschiedenis. In dit eerste Nederlandse Geopark worden nu thematisch de verschillende kenmerken uitgewerkt. Thema’s als water, natuur, bossen, maar ook prehistorie, vervening en sporen van strijd krijgen zo aandacht. De bedoeling is dat in dit hele gebied tussen Coevorden en Groningen zogenaamde hotspots worden ingericht, bijzondere locaties waar voor jong en oud van alles te beleven valt. In Haren zijn veel van die aandachtsgebieden terug te vinden. De beide rivieren, de Drentsche Aa en de Hunze, aan weerszijden van de Hondsrug, stromen door Haren en hebben elk hun eigen karakteristieke landschap gevormd. En wat dacht u van ‘sporen van strijd’? Het hierboven genoemde klooster Yesse heeft met enige regelmaat inkwartiering van allerhande legeronderdelen moeten trotseren. Tot en met Schotse huurlingen aan toe. Meer in het zuiden van de gemeente heeft aan de oever van de Drentsche Aa een vesting gelegen. Weerdenbras wordt rond 1500 door de hertog van Saksen als onderdeel van een reeks schansen rond de stad Groningen opgeworpen om diezelfde stad op de knieën te krijgen. Ook elders in Haren leggen uiteenlopende legers in de verschillende eeuwen versterkingen en bolwerken aan om de stad Groningen te kunnen innemen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog wordt de strijd tegen de Spanjaarden ook vanuit Haren gevoerd. Maurits en Willem Lodewijk van Nassau slaan een beleg aan de zuidkant van Groningen en weten in 1594 de Spaanse overheerser op de knieën te krijgen.

Zuurkoolvlekken

In het rampjaar 1672 krijgt Haren nog weer een heel ander krijgsheer over de vloer. Bernhard von Galen, Bisschop van Münster, meent met zijn machtige leger in dat jaar de stad Groningen te kunnen innemen. Omdat de stad aan de noordkant de landerijen heeft laten onderlopen, moet de bisschop wel aan de zuidkant de vesting met zijn kanonnen bestoken. Hij verwerft er de naam ‘Bommen Berend’ door. Maar ondanks zijn volhardende strijd die hij vanuit Haren voert, zal hij uiteindelijk de strijd moeten opgeven. De kerktoren van Haren zal uitkijkpost voor Berend geweest zijn. Het verhaal gaat dat hij zijn geliefde kost, ‘stamppot zuurkool’, nuttigde toen een stadse kanonskogel de torenkapel vol trof en hem het etensbord uit de handen sloeg. Op Monumentendag tonen gidsen u in die kapel nog graag de zuurkoolvlekken op de muur. Een fabeltje natuurlijk, maar te mooi om het niet te vertellen.

Grondhonger

Anderhalve eeuw later worden, zoals overal elders in ons land, gemeentegrenzen vastgesteld. In de Franse tijd is Haren nog een stuk groter dan nu. Het hele zuiden van de stad Groningen, met het dorp Helpman als middelpunt, behoort dan tot Haren. Het is de grondhonger van de grote stad, die stukje bij beetje met Rijks toestemming terrein verovert op Haren. In het begin van de jaren twintig van de vorige eeuw krijgt Haren in ruil voor Helpman onder meer een elektrische tramlijn die vanuit Groningen tot in De Punt bij Glimmen loopt. Aan het eind van de jaren zestig schuift de stad-Groninger grens opnieuw een stukje naar het zuiden. Op dit moment tracht de gemeente Haren de stad Groningen van zijn lijf te houden. Het provinciaal bestuur is van mening dat Haren niet meer op eigen kracht verder zou kunnen. De politieke partijen in Haren hebben daar deels andere ideeën over. Mocht de gemeentelijke herindeling alsnog een einde maken aan de Harense onafhankelijkheid, dan zullen de talrijke voorzieningen voor de inwoners vermoedelijk niet allemaal blijven bestaan. Maar de visie van de toenmalige burgemeester Nauta blijft onverkort van kracht: ‘Wanneer ge U te Haren vestigt, woont ge buiten en zoo ge wilt werkt en leeft U in het zoo nabije Groningen.’

Deel deze pagina